02 – Nummer 1
Hij stond langzaam op, en keek de kamer rond. Het was een witte kamer, en er hing niets aan de muren, behalve een oude klok. Hij vroeg zich af of de klok nog wel liep, want hij hoorde niets tikken. Hij bleef even kijken, en zag toen de wijzers verspringen. De tijd die het aangaf was 20 over 12. Nacht of dag, hij wist het niet….
Hij draaide zich om, en keek naar de deur. Hij wist het niet, zou hij hem proberen, of zou hij rustig wachten tot er iets gebeurde. Hij had geen honger, en voelde geen pijn, dus hij was niet ergens waar ze hem slecht behandelden. Hoewel…. Waarom wist hij niets meer. Hij werd verward, dacht diep na en ging even zitten…
Het was 5 minuten later, en hij durfde het aan om naar de deur te lopen. Hij voelde aan de kruk, die ijskoud was. Een huivering trok door zijn lichaam, maar hij zette door. Omdat hij naakt was zorgde hij ervoor dat alleen zijn hoofd om de rand van de deur zou komen. Hij drukte de kruk omlaag, en de deur ging langzaam open.
Achter de deur lag een erg lange gang. Aan het eind zat weer een deur, en om de zoveel meter zat er aan elke kant een deur. Het deed hem ergens aan herinneren, maar hij wist niet waaraan. Er liep helemaal niemand in de gang. Hij liep langzaam de gang op, en keek door de raampjes in de deuren…
Wat hij zag deed hem schrikken. In kamer 180 zat een meisje, helemaal in een kamer met kussens, ze rende wild rond, schreeuwend, maar hij hoorde niet wat ze zei. De kamer ernaast, 181, was bezet door een oude man. Die zat stil op een stoel. Heel stil. Hij bewoog niet. Zijn ogen waren gericht op iets wat hij niet door het raampje kon zien. De man keek erg levenloos, een beetje bedroefd. De oude man leek hem te horen, want ineens keek hij naar het raampje. Hij schrok, maar merkte toen dat de oude man niet kon kijken, hij had geen ogen meer. De oude man begon te praten, erg lang, maar hij hoorde het niet. Hij voelde voorzichtig aan de deur. Die was op slot, en de man keek eens goed naar de deur. Onder het nummer, 181, stond de naam van de man. August Von Schermer. Er stond een klein tekentje achter, een vierkantje, met erin heel klein een puntje. Hij probeerde op het puntje te drukken, maar het haalde niets uit. De deur bleef dicht, en hij liep moedeloos verder. Hij probeerde elke deur, en alleen die van zichzelf, en die van de enige lege kamer gingen open. In de lege kamer stond net als in zijn kamer een bed en een oude klok. De klok daar gaf 25 over 12 aan, dus die zou ongeveer gelijk moeten lopen met zijn klok.
Hij noemde het al zijn klok, en dacht ineens na, zijn naam….
Hoe heette hij….
Hij wist zijn naam niet. Hij rende terug, en keek naar het plaatje bij zijn deur. Hij zag dat er wel iets stond, en toen hij dichterbij kwam las hij de tekst Zijn kamer had nummer 1. Zijn gezicht werd bleek, heel bleek. Hij werd bang, en keek nog een keer goed of het er wel echt stond. Er stond…..
Verlaten, zomaar alleen en verlaten…

Reageer